Utrechts Taalcurriculum 8-14 jaar

Het Utrechts Taalcurriculum biedt leerkrachten een instrumentarium

Hiermee kunnen zij optimaal met hun leerlingen werken aan het bereiken van de gewenste taaldoelen. Op deze pagina vindt u meer informatie over het Utrechts Taalcurriculum 8-14 jaar. Het volgt op het Utrechts Taalcurriculum 2-8 en beschrijft voor leerlingen van 8-14 jaar de doelen voor het taalonderwijs en de didactische middelen om deze doelen te bereiken.

Domeinen

Er is gekozen voor een opbouw in de domeinen lezen, woordenschat, mondelinge taal en schrijven. Deze domeinen zijn nog weer verder opgedeeld in subdomeinen. Voor deze indeling is gekozen omdat, naarmate de leerlingen verder komen in hun leertraject, het taalonderwijs steeds meer gericht wordt op specifieke taalvaardigheden. Het niveau van leerlingen kan per vaardigheid verschillen. Voor de docent is het handig om per domein alle informatie bij elkaar te hebben. Daar komt bij dat voorkomen moet worden dat er breuken vallen tussen de verschillende niveaus. De doelen die leiden naar de verschillende referentieniveaus zijn cyclisch opgebouwd en overlappen elkaar. De doelen van leerjaar 4 worden onderhouden en uitgebouwd in leerjaar 5 en 6. De doelen van leerjaar 5 en 6 worden herhaald en uitgebouwd in leerjaar 7 en 8, enzovoort. Zo worden dezelfde basisvaardigheden onderhouden en getraind op een steeds hoger niveau en het aantal leerdoelen steeds uitgebreid.

Een andere belangrijke reden voor een indeling in domeinen is dat daarmee de leerlijn tussen po en vo kan worden afgestemd. In het curriculum wordt zichtbaar gemaakt dat gewerkt wordt met dezelfde didactische middelen aan dezelfde doelen: per domein wordt eerst in vogelvlucht de leerlijn weergegeven en de algemene didactische richtlijnen voor het werken aan deze vaardigheid op een rij gezet. Daarna is per groep of leerjaar beschreven naar welke doelen er wordt toegewerkt, welke aandachtspunten in deze periode van belang zijn in de didactiek, hoe het vaardigheidsniveau wordt geëvalueerd en hoe ondersteuning geboden kan worden aan leerlingen die achter lijken te blijven.

…………………………………………………………………..
Domein 1: Lezen
…………………………………………………………………..
Domein 2: Woordenschat
…………………………………………………………………..
Domein 3: Mondelinge vaardigheden
…………………………………………………………………..
Domein 4: Schrijfvaardigheid
…………………………………………………………………..
Gebruik van het Utrechts Taalcurriculum
…………………………………………………………………..
Checklists
…………………………………………………………………..